Museum

De Olde Werkplaats

Eigen museum maakt Hein Welling gelukkig


De Olde Werkplaats. Zo heet het museum van Hein Welling, oud-directeur/eigenaar van het gelijknamige Didamse aannemingsbedrijf. Begin 2009 ging het museum open maar niet voor het grote publiek.

De geschiedenisles begint zodra de voordeur van De Olde Werkplaats openslaat. ‘zo bun ik begonnen’ vertelt een handgeschreven bord. Het bord leunt wat achteloos tegen een verweerd schuurtje met een strodakje, met daarnaast een oude houten kruiwagen met een kalkemmer erin. Het tafereel plaatst je ver terug in de tijd. “Met die kruiwagen ging mijn grootvader witten”, vertelt Hein Welling. “Het waren zijn eerste spullen.” Vlak achter het schuurtje pronkt een vooroorlogse handkar. “die heeft mijn vader gekocht in 1934. M’n grootvader vond hem veel te duur. ‘Je gaat failliet’, waarschuwde hij m'n vader.

Hein Welling vertelt het met een brede grijns, want hij weet wat zijn grootvader niet wist: aannemingsbedrijf Welling zou in de loop der jaren enorm succesvol worden. Vol geestdrift en onvermoeibaarheid volgt Hein Welling de tocht door zijn museum. De volgende afdeling bevat een zeer ruime collectie gereedschappen. Waterpassen, vijlen, zagen, nijptangen, boren, nietmachines voor de zachtboardplafonds, een weegschaal, trekmessen.

En voort gaat het. Langs grintzeven, batsen, spaden, de oude klok van de werkplaats, de kist met gereedschap van de eerste uitvoerder Piet de Reus - “die kreeg ik van mijn kinderen”- buigmachines, knipmachines, zandpotten, schaven, schietloden en zo voort. Elk voorwerp heeft z’n eigen verhaal of persoonlijke herinnering. “Kijk dit dan”, zegt Welling en trekt liefdevol een verroest ding op wielen met een groot gat erin naar voren. “Onze eerst metalen kruiwagen. Hartstikke duur, negentig gulden vijftig. Een weekloon voor een opperman was toen vijftig gulden. Alleen de luchtband kostte al vijfenveertig gulden.

Natuurlijk ontbreekt de eerste vrachtwagen niet. Weliswaar een "replica" uit 1957, maar toch.“Gekregen van mijn zoons, leveranciers en relaties toen ik vijftig jaar bij het bedrijf was. Ik ben er meteen het hele dorp mee doorgereden met de kleinkinderen achter op de laadbak.” Van tijd tot tijd komt het oude beestje nog op de openbare weg, want Hein Welling vindt het geweldig er persoonlijk jubilarissen in rond te rijden.

Kun je op de begane grond al uren wegzakken in het bouwkundig verleden van aannemersbedrijf Welling, op de eerste verdieping wacht nog een gigantsich archief. Van fotoboeken tot ordners, van facturen tot krantenartikelen. De mooiste en meest interessante exemplaren worden geshowd in glazen vitrines. En op schappen onder de vitrines vind je zo’n beetje de complete kantooruitzet van de afgelopen decennia: typemachines, telmachines, perforators, noem maar op. In het midden van de eerste verdieping staat de voormalige gemeenteraadstafel met stoelen. “Hier komen elke tweede dinsdag van de maand oud-werknemers en hun partners een borreltje drinken en een kaartje leggen”, zegt Hein Welling, die benadrukt dat zijn museum niet publiekelijk toegankelijk is. Het is meer iets persoonlijks. “M’n werk is mijn hobby. Ik ben drie jaar geleden als directeur gestopt maar kom elke middag nog op de zaak. Dat vind ik fijn. En als ik hier in mijn museum tussen al die spullen rondloop, ben ik heel gelukkig.”